Tegen mijn vijftigste begon er iets te kriebelen in mij. Was dit het? Had ik alles gedaan wat ik wilde doen? Waren er nog openstaande rekeningen die dringend vereffend moesten worden? Vooral met mezelf…? Het refrein van Once in a lifetime van de Talking Heads bleef zich aan me opdringen en liet me niet los tot ik een passend antwoord had gevonden:

And you may ask yourself – What is that beautiful house?
And you may ask yourself – Where does that highway go to?
And you may ask yourself – Am I right? Am I wrong?
And you may say to yourself, “My God! What have I done?”

Het kriebelen stopte toen ik begon aan een langgekoesterde droom die ik om miljoenen redenen mijn leven lang voor me uit had geschoven: Het Schrijven Van Een Boek. Waarom had ik dat nog steeds niet gedaan? Wie of wat hield me tegen? Ik negeerde mijn angst om mijn verhaal los te laten en te delen met een onbekend publiek. En ik koos voor een veilig anker: het moest een feelgood worden. Een verhaal met een goed begin dat triest eindigt en via de moed der wanhoop uiteindelijk uitmondt in het ultieme geluk. Want was dat ook niet precies zoals ik mijn leven zag? Een vlot en licht verhaal, op wat zwarte gaten na die ik angstvallig vermeed om me vooral te focussen op het positieve dat me op de been hield…?

Ik ging aan de slag met de eerste echte Nederlandstalige feelgood die zou smaken als een oer-Hollandse appeltaart: met een luchtige bodem en een perfect zoetzure vulling die je gretig doet verlangen naar meer. Tot ik twee weken geleden het eerste boek van Petra Vollinga in handen kreeg: Vandaag houden we het droog. Nieuwsgierig sloeg ik het open – geïntrigeerd door de titel, de tag “feelgood roman” en de omslagfoto van een retro typemachine (zoals op mijn nieuwe visitekaartjes). Nog geen week later sloeg ik het weer dicht. Met een diepe zucht en met tranen in mijn ogen. Van ontroering, van bewondering en vooral van herkenning. Wat een feest!

Het verhaal over (mijn) leeftijdgenoten Eva en Abe die ieder hun Grote Droom najagen en elkaar daardoor verliezen, de hapklare en smeuïge schrijfstijl, de smakelijke humor, de kunstig in elkaar gevlochten verhaallijnen afgewerkt met een suikerzoete glanslaag – meer heeft een lezer niet nodig om van dit verhaal te smullen; met of zonder een kopje thee.

Petra heeft haar droom – en ook een beetje de mijne – vorm gegeven op een onovertroffen manier. En in plaats van de gebruikelijke steek jaloezie of lichte paniekreactie ben ik haar dankbaar voor het heerlijke resultaat. Ik heb ervan genoten en ik wil meer. Dus ik ga op zoek naar haar tweede roman: Hallo liefde. En ondertussen werk ik met volle vaart verder aan mijn verhaal over honing en heling. Want ook al bakt heel Holland; er gaat niets boven een zelfgemaakte appeltaart – eh – feelgood met de juiste verhouding tussen zoet en zuur…