Een dag zonder koffie is een dag niet geleefd. Zo luidt een van mijn stelregels. Al die jaren dat ik op kantoor werkte – en dat zijn er meer dan 25 – was koffie halen het eerste wat ik ’s ochtends deed nadat ik mijn jas had opgehangen en mijn computer had aangezet. Pas na het eerste bekertje koffie begon mijn dag pas echt. Mail, telefoon, planning, afspraken – de cafeïneboost deed zijn werk en ik ook.

Langs allerlei kanalen ontving ik echter de boodschap dat koffie op de vroege ochtend niet goed zou zijn. Of nog erger, dat het helemaal niet goed zou zijn. Een gewetensconflict was geboren. Mijn lichaam schreeuwde om een oppepper en mijn geest schreeuwde terug dat het niet gezond was en dat ik me niet zo moest aanstellen. De macht der gewoonte won. Elke dag. Elke ochtend.

Maar sinds kort werk ik niet meer buiten de deur en heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn ochtendritueel aan te passen. Ik begin de dag met een beker lauwwarme citroensap. Dat is minder erg dan het klinkt en het is goed voor darmen en huid. Vervolgens doe ik wat rek- en strekoefeningen en zet ik een grote pot kruidenthee. Na het ontbijt en wat verplichte klusjes in en om huis, is eindelijk het hoogtepunt van mijn dag aangebroken: het koffiemoment.

Zo tussen 09:30 en 10:00 mag ik van mezelf genieten van een zelfgemaakte, XL formaat cappuccino. En een koekje. Of twee. Want als je dan toch zondigt, doe je dat beter maar meteen goed. Om dit heilige moment de status van een ritueel te geven doe ik verder niets. Ik draai de grote leunstoel voor het raam 180° om, trek het rolgordijntje omhoog en ga voor het erkerraam zitten kijken terwijl ik geniet van elke slok van mijn hemelse drankje.

De eerste dagen voelde dit vreemd. Alsof ik ziek was, of spijbelde, of niet goed snik. Depressief zelfs. Het uitzicht is ook wel wat deprimerend. Ik kijk uit op een kruispunt in een rustige buitenwijk waar niets gebeurt. Bestelbusjes of auto’s met aanhangwagen zoeken naar hun werkadres. Onbekenden steken de straat over. Met een beetje geluk zie ik de achterbuurvrouw met hond Jules passeren of de postbode die aan zijn ronde begint.

Maar na een tijdje gebeurde er iets wat ik in al die jaren van koffie drinken nooit heb meegemaakt. Ik zit even helemaal stil en geniet van wat er is. De smaak van de koffie, het knisperen van het melkschuim, de geur van kaneel. De zon die recht in mijn gezicht schijnt, het zachte tikken van de keukenklok, een vogeltje dat vrolijk tjilpt. Ik hoor een vliegtuig in de verte en een snerpende zaag maar het stoort me niet. Ik denk aan wat ik allemaal nog moet doen maar ik neem geen actie. Ik zit en ik geniet. Van het moment. En ik kijk naar de tekst op mijn beker: A coffee a day, keeps the doctor away. Inderdaad, geen dokter hier te bekennen. Alleen ikzelf, in het hier en nu, met mijn dagelijkse bakkie mindfulness.